De kern in een paar regels
- Cube gebruikt per model verschillende maatnotaties; één universele tabel bestaat niet.
- Voor mountainbikes zijn XS, S, M, L en XL een goed startpunt, maar de exacte afbakening verschilt per serie.
- Bij race-, gravel- en trekkingfietsen zijn stack, reach en de framevorm vaak belangrijker dan alleen het getal in centimeter.
- Je binnenbeenlengte meet je het betrouwbaarst met een boek tegen de muur, niet op gevoel.
- Twijfel je tussen twee maten, dan kies ik meestal kleiner voor sportief rijden en groter voor comfort en lange ritten.
Zo lees je de Cube framemaat tabel goed
Ik begin altijd bij de notatie, niet bij het gevoel. Een maat M op een mountainbike, een 56 cm op een racefiets en een Trapeze-frame op een trekkingfiets zeggen niet hetzelfde, ook al lijken ze alle drie “gewoon een maat” te zijn. De Cube framemaat tabel is daarom vooral een vertaalhulp: van jouw lichaam naar de geometrie van een specifieke fiets.Wat veel mensen misloopt, is dat Cube niet met één vaste schaal werkt. Een hardtail of e-MTB gebruikt vaak XS tot en met XL, terwijl race- en gravelmodellen juist in centimeters worden aangeduid. Daarnaast zie je termen als stack, reach en standover height. Stack is de hoogte van het frame tot aan het stuurgebied, reach is de horizontale lengte naar datzelfde punt en standover height is de ruimte die je hebt als je boven de fiets staat.
| Wat je ziet | Wat het betekent | Waarom het telt |
|---|---|---|
| XS, S, M, L, XL | Meestal mountainbike- en e-MTB-maten | Handig als eerste selectie op lichaamslengte en controle |
| 47, 50, 53, 56, 58, 60, 62 cm | Vaak racefiets- en endurance-maten | Past bij sportieve posities waarbij de cockpitlengte belangrijk is |
| 46, 50, 54, 58, 62 cm of Trapeze-varianten | Vaak trekking- en citymodellen | De framevorm en opstaphoogte zijn hier net zo belangrijk als de lengte |
| Stack | Hoe hoog je boven het trapasniveau uitkomt | Bepaalt hoeveel druk je op rug, nek en polsen voelt |
| Reach | Hoe ver het stuur van je af staat | Bepaalt of je compact of gestrekt zit |
Daarom kijk ik bij Cube altijd eerst naar de betekenis van de maat, en pas daarna naar het getal zelf. Wie dat onderscheid scherp heeft, kan een maat veel betrouwbaarder lezen dan iemand die alleen naar een los centimetergetal kijkt. De volgende stap is dan: welke maten Cube in de praktijk echt gebruikt.

Welke maten Cube in de praktijk gebruikt
In de Nederlandse CUBE Stores-maattabel zie je voor mountainbikes een duidelijke opbouw: XS valt grofweg in de zone tot 155 cm, S van 155 tot 165 cm, M van 165 tot 175 cm, L van 175 tot 185 cm en XL boven 185 cm. Dat is een goed startpunt, maar niet het hele verhaal. Cube werkt namelijk ook met modelafhankelijke reeksen; een andere serie kan dezelfde lichaamslengte toch iets anders laten uitkomen.
| Fietstype | Typische Cube-maatvoering | Praktische lezing |
|---|---|---|
| Mountainbike en e-MTB | XS, S, M, L, XL | Fijn voor controle, standover en wendbaarheid; vaak de snelste manier om te kiezen |
| Racefiets | 47 tot 62 cm, afhankelijk van de serie | Meer gericht op zithouding, cockpitlengte en efficiënt trappen |
| Gravel en fitness | Vaak 50 tot 62 cm, maar per model anders | Balans tussen comfort, stabiliteit en bandruimte |
| Trekking en city | Vaak 46 tot 62 cm of Trapeze-versies | Comfort, makkelijke instap en een rustige zithouding staan voorop |
Een racefiets als de Attain zie je bijvoorbeeld vaak in 47 tot 62 cm, terwijl een trekkingmodel juist een andere reeks kan gebruiken, soms met Trapeze-uitvoering voor extra lage instap. Dat is precies waarom ik nooit alleen op de merknaam vertrouw. De serie bepaalt de maatlogica, niet het logo op de onderbuis.
Ook belangrijk: wielmaat en framemaat zijn niet hetzelfde. Een Cube met 27,5 inch wielen kan een andere framemaat hebben dan een Cube met 29 inch wielen, terwijl ze allebei prima kunnen passen. Voor je lichaam maakt de framegeometrie het verschil; het wiel beïnvloedt vooral het rijgevoel, de rolweerstand en de wendbaarheid.
Dat maakt het kiezen per type fiets een stuk logischer, maar pas als je jezelf goed opmeet wordt het echt bruikbaar.
Meet je lichaam op de juiste manier
Als ik één meting belangrijk vind, dan is het de binnenbeenlengte. Die waarde geeft je veel meer houvast dan alleen je totale lichaamslengte, zeker als je tussen twee maten in valt. Voor een snelle en betrouwbare meting heb je alleen een boek, een meetlint en een rechte muur nodig.
- Ga op blote voeten tegen een muur staan met je hakken tegen de muur.
- Zet je voeten ongeveer 15 cm uit elkaar.
- Schuif een stevig boek tussen je benen tot het comfortabel tegen je kruis aan zit.
- Meet vanaf de bovenkant van het boek recht naar de vloer.
Daarna kun je je binnenbeenlengte gebruiken als eerste filter. Voor racefietsen en veel trekkingfietsen werkt als ruwe vuistregel vaak: binnenbeenlengte × 0,66 = theoretische framemaat in cm. Bij mountainbikes is die rekenregel minder precies; daar vind ik lichaamslengte, stuurpositie en standover belangrijker dan een kale formule. Ik gebruik zo’n berekening dus als startpunt, niet als eindbeslissing.
| Wat je meet | Hoe je het gebruikt | Waar het vooral voor helpt |
|---|---|---|
| Binnenbeenlengte | Belangrijkste maat voor framekeuze | Race-, gravel- en trekkingfietsen |
| Lichaamslengte | Eerste selectie op maatgroep | Mountainbikes en e-MTB’s |
| Romp- en armverhouding | Controleert of je te ver moet reiken | Wanneer je tussen twee maten in zit |
| Standover | Controleert of je comfortabel boven de fiets staat | Vooral handig bij MTB, gravel en allroad |
Wie dit serieus neemt, voorkomt al een groot deel van de missers. De volgende laag is geometrie: daar zie je pas echt waarom twee fietsen met dezelfde “maat” totaal anders kunnen aanvoelen.
Waarom stack en reach vaak belangrijker zijn dan alleen de zitbuis
Veel kopers kijken eerst naar de zitbuismaat, maar ik let meestal eerder op stack en reach. Dat klinkt technischer dan het is. Stack vertelt hoe hoog je boven de fiets zit, reach vertelt hoe lang de fiets voor je aanvoelt. Samen bepalen ze of je houding ontspannen, sportief of juist te lang wordt.
Dat verschil merk je vooral bij Cube-modellen met vergelijkbare framematen maar andere rijdoelen. Een endurance-racefiets vraagt om een andere houding dan een city- of trekkingfiets, zelfs als beide een maat 56 hebben. Een hoger stackgetal geeft vaak meer comfort voor nek en rug, terwijl een langere reach de fiets sportiever en stabieler kan laten voelen.
| Geometrieterm | Wat het doet | Wat jij eraan merkt |
|---|---|---|
| Stack | Bepaalt de hoogte van de voorkant van de fiets | Meer of minder druk op handen, schouders en onderrug |
| Reach | Bepaalt hoe ver het stuur van je af staat | Compacte of gestrekte zit |
| Standover height | Bepaalt de ruimte tussen kruis en bovenbuis | Meer vertrouwen bij op- en afstappen |
| Top tube | Geeft een extra indicatie van de lengte van het frame | Handig om twee maten met elkaar te vergelijken |
Ik vind dit vooral belangrijk omdat een te lange fiets zelden echt comfortabel wordt, ook niet met een andere stuurpen. Een iets compactere fiets kun je vaak nog redelijk verfijnen met zadelhoogte, spacers of een kortere stuurpen. Dat is meteen de reden waarom de geometrie je meer vertelt dan alleen een maat in centimeters.
Als je deze begrippen snapt, wordt het verschil tussen twee maten ineens een stuk concreter. Dan kom je automatisch bij de vraag waar de meeste kopers op vastlopen: kies je de kleinere of de grotere maat?
Wat je doet als je tussen twee maten zit
Tussen twee maten kiezen is geen fout van de tabel; het is juist het punt waarop de tabel nuttig wordt. Mijn vuistregel is eenvoudig: kleiner kies ik voor controle en wendbaarheid, groter voor comfort en rust. Maar die regel werkt alleen als je ook weet wat voor ritten je maakt.
| Situatie | Mijn voorkeur | Waarom |
|---|---|---|
| Sportief rijden en technisch terrein | Kleinere maat | Sneller stuurgedrag en makkelijker corrigeren |
| Lange tochten en ontspannen houding | Grotere maat | Rustiger rijgedrag en vaak meer stabiliteit |
| Korte romp, relatief lange benen | Vaak kleinere maat | Voorkomt dat je te ver moet reiken |
| Lange romp en lange armen | Vaak grotere maat | Geeft meer ruimte in cockpit en houding |
| Stadsgebruik met veel op- en afstappen | Vaak kleinere of Trapeze-uitvoering | Meer veiligheid en gemak bij stilstand |
Wat ik beginners vaak zie doen, is dat ze een groter frame kiezen “omdat dat steviger voelt”. In werkelijkheid voelt een te groot frame vaak juist logger en minder controleerbaar, vooral in bochten of op onverhard terrein. Andersom is een te klein frame minder elegant, maar meestal wel eenvoudiger te finetunen.
Die keuze hangt dus niet alleen van je lengte af, maar ook van hoe je fietst. Daarmee kom je vanzelf bij de laatste check voordat je bestelt of de winkel uitloopt.
Zo voorkom je een verkeerde keuze bij aankoop
Als ik een Cube voor iemand help kiezen, loop ik altijd dezelfde checklijst langs. Niet omdat de tabel onbruikbaar is, maar omdat de laatste 10 procent van de beslissing meestal in de details zit. Zeker bij een fiets koop je geen cijfer; je koopt een houding, een stuurgevoel en een gebruikservaring.
- Controleer eerst de modelpagina van de specifieke Cube, niet alleen de algemene merkmaat.
- Vergelijk je binnenbeenlengte met de aanbevolen lichaamslengte en kijk of je genoeg standoverruimte hebt.
- Let op stack en reach als je een sportieve of juist rechte zithouding wilt.
- Bedenk of je vooral asfalt, gravel, bospaden of woon-werkritten rijdt.
- Vraag je af of je liever een wendbare fiets of een stabiele fiets wilt, want dat stuurt je maatkeuze sterk.
- Maak bij twijfel altijd een proefrit, liefst op een vergelijkbaar model en niet alleen op basis van een losse getallentabel.