Na het monteren van een nieuwe cassette of een ander kettingblad blijkt een fietsketting vaak te lang. Een fietsketting inkorten lijkt eenvoudig, maar een paar verkeerde schakels kunnen zorgen voor slecht schakelen, een overbelaste derailleur of een ketting die eraf loopt. Ik laat zien hoe je de juiste lengte bepaalt, welk gereedschap je nodig hebt, hoe je de ketting veilig sluit en wanneer vervangen verstandiger is.
Met de juiste meting voorkom je de meeste problemen
- Meet eerst voordat je een schakel verwijdert.
- Gebruik bij een derailleur meestal de groot-groot-methode.
- Een kettingpons moet passen bij het type en aantal versnellingen.
- Gebruik bij voorkeur een nieuwe snelschakel of verbindingspen.
- Controleer de ketting op zowel het grootste als kleinste tandwiel.
Bepaal eerst hoeveel lengte je werkelijk nodig hebt
De juiste kettinglengte hangt af van de afstand tussen de trapas en de achteras, de grootte van het grootste kettingblad en de grootste cassettekrans. Ook de achterderailleur speelt mee. Een ketting die op één fiets goed past, kan op een andere fiets dus net te kort of te lang zijn.
Gebruik de oude ketting alleen als die goed werkte
Heeft de fiets dezelfde cassette, kettingbladen en derailleur als voorheen? Dan is de eenvoudigste methode om de oude en nieuwe ketting schakel voor schakel naast elkaar te leggen. Tel de schakels of vergelijk de klinknagels, niet alleen de lengte in centimeters. Een versleten ketting is langer geworden, maar heeft meestal nog wel hetzelfde aantal schakels nodig.
Ik gebruik deze methode vooral wanneer de oude aandrijving correct schakelde. Is de oude ketting ooit verkeerd ingekort, hing hij door of is er een ander kettingblad gemonteerd, dan neem ik hem niet als voorbeeld. Dan geeft de groot-groot-methode een betrouwbaarder uitgangspunt.
De groot-groot-methode voor een derailleurfiets
Leg de ketting om het grootste kettingblad vóór en het grootste tandwiel achter. Leid de ketting hierbij nog niet door de achterderailleur. Trek beide uiteinden voorzichtig naar elkaar toe totdat de ketting strak ligt zonder kracht te zetten.
Op het punt waar de uiteinden elkaar raken, houd je de marge aan die de fabrikant van de derailleur voorschrijft. Bij veel Shimano-systemen komt dat neer op ongeveer twee schakels extra, maar bij moderne derailleurs en afwijkende combinaties kan de instructie anders zijn. Kijk daarom bij een 12- of 13-speed aandrijving altijd naar de montagehandleiding van de ketting en derailleur.
| Situatie | Beste meetmethode | Belangrijk aandachtspunt |
|---|---|---|
| Zelfde aandrijving als voorheen | Nieuwe ketting naast de oude leggen | Alleen doen als de oude lengte correct was |
| Nieuwe cassette of kettingbladen | Grootste blad en grootste krans | Volg de marge van de derailleurfabrikant |
| Singlespeed of naafversnelling | Ketting uitlijnen en spanning instellen | De derailleurmethode is hier niet van toepassing |
Zo verkort je de ketting met een kettingpons
Voor deze klus heb je minimaal een kettingpons, een doek en een geschikte sluiting nodig. Bij een ketting met snelschakel is een snelschakeltang handig. Controleer ook of de kettingpons geschikt is voor jouw kettingbreedte, vooral bij 10-, 11-, 12- en 13-speed kettingen.
- Schakel naar een klein verzet. Zet de ketting op het kleine kettingblad en het kleinste tandwiel achter. Bij een e-bike schakel ik de motor uit voordat ik aan de aandrijving werk.
- Maak de gewenste lengte zichtbaar. Leg de ketting volgens de gekozen meetmethode op lengte en markeer de schakel waar je wilt verwijderen.
- Plaats de ketting in de kettingpons. Zorg dat de klinknagel precies voor de drukpen staat. Draai rustig en recht, zodat de platen niet verbuigen.
- Verwijder complete schakels. Controleer na iedere verwijderde schakel opnieuw de lengte. Eén schakel te veel inkorten is een fout die je niet altijd eenvoudig kunt herstellen.
- Leid de ketting correct door de derailleur. De ketting moet langs beide derailleurwieltjes lopen en langs het kleine geleideplaatje in de kooi. Een verkeerde route veroorzaakt lawaai en slijtage.
Bij een moderne ketting druk ik de oude verbindingspen niet zomaar terug. Veel fabrikanten schrijven een nieuwe verbindingspen of snelschakel voor, omdat een gebruikte pen minder betrouwbaar kan vastzitten. Bewaar de overgebleven schakels wel. Ze zijn later nuttig voor een noodreparatie of om de lengte van een volgende ketting te vergelijken.
De sluiting bepaalt hoe je de ketting weer verbindt
Een snelschakel is meestal de prettigste keuze
Een snelschakel, ook wel missing link genoemd, bestaat uit twee losse plaatjes die in elkaar haken. De uiteinden van de ketting moeten geschikt zijn voor precies dit type sluiting. Bij sommige systemen heb je een tang nodig om de verbinding volledig te vergrendelen.
Na het sluiten controleer ik of beide plaatjes volledig tegenover elkaar liggen. Draai daarna de crank langzaam rond en zet een beetje druk op de ketting, zodat de snelschakel op zijn plaats klikt. Een verbinding die nog zichtbaar scheef staat, is niet klaar voor gebruik.
Lees ook: Wiel richten kosten? Dit betaal je voor een slag uit je fietswiel
Een verbindingspen vraagt meer nauwkeurigheid
Bij kettingen die met een speciale klinknagel worden gesloten, moet je de pen recht door de buitenplaten drukken. De uitstekende punt breek je alleen af als de fabrikant dat voorschrijft. Gebruik nooit een willekeurige oude kettingpen als vervanging.
Ik controleer de nieuwe verbinding altijd door het betreffende deel van de ketting zijwaarts te bewegen. Het gewricht moet soepel lopen, maar mag geen losse speling hebben. Een te stijf schakeltje kan tijdens het schakelen een tik of overslaande beweging veroorzaken.
Controleer de spanning in alle versnellingen
De eerste controle doe ik met de fiets op een standaard. Draai de crank met de hand rond en schakel langzaam door de versnellingen. Let op ratelen, schokkerige bewegingen en een derailleurkooi die extreem ver naar voren wordt getrokken.
| Test | Wat je moet zien | Wat een probleem kan betekenen |
|---|---|---|
| Grootste blad vóór en grootste krans achter | De ketting draait vrij en de derailleur blijft niet strak op zijn limiet | Ketting mogelijk te kort |
| Kleinste blad vóór en kleinste krans achter | De ketting hangt niet slap en raakt de derailleurkooi niet | Ketting mogelijk te lang of verkeerd geleid |
| Schakelen over de hele cassette | De ketting loopt zonder overslaan naar elk tandwiel | Kabelspanning, derailleurafstelling of slijtage kan meespelen |
Een te korte ketting herken je vooral aan een derailleur die op het grote verzet bijna recht naar voren staat. Dat geeft extra belasting op de kooi, derailleurwieltjes en cassette. Bij een te lange ketting blijft de kooi juist slap hangen en kan de ketting tegen de liggende achtervork slaan.
Een probleem tijdens het schakelen komt niet altijd door de lengte. Een krom derailleurpad, versleten cassette of verkeerde kabelspanning kan hetzelfde gedrag veroorzaken. Ik verkort daarom nooit opnieuw voordat ik de kettingroute, derailleurstand en slijtage heb gecontroleerd.
Bij een stadsfiets zonder derailleur gelden andere regels
Bij een singlespeed of fiets met naafversnelling bepaalt niet de achterderailleur de kettingspanning. Daar schuif je meestal het achterwiel naar voren of achteren in de uitvaleinden, of je gebruikt een excenter in de trapas. De ketting moet recht lopen en mag niet als een snaar strak staan.
Als praktische richtwaarde is bij veel van deze fietsen ongeveer 1 tot 2 centimeter verticale beweging in het midden van de ketting gebruikelijk. De exacte spanning verschilt per frame en aandrijving. Te strak belast de lagers, terwijl te veel speling de ketting laat slaan of eraf kan laten lopen.
Een elektrische fiets met derailleur volgt voor de kettinglengte in principe dezelfde meetmethode als een gewone derailleurfiets. Kies wel een ketting die geschikt is voor het juiste aantal versnellingen en het hogere koppel van de aandrijving. Bij twijfel over een krachtige middenmotor laat ik de montage liever controleren, zeker als ook cassette en kettingblad zijn vervangen.
Wanneer inkorten niet de juiste oplossing is
Een versleten ketting wordt niet beter door er een schakel uit te halen. Inkorten verandert alleen de lengte en herstelt niet de slijtage aan rollen, pennen en binnenplaten. Controleer daarom vóór de klus de kettingslijtage met een kettingmeter.
| Kettingtype | Veelgebruikte vervangingsgrens |
|---|---|
| Singlespeed | Rond 1,0% slijtage |
| 5- tot 10-speed derailleurketting | Rond 0,75% slijtage |
| 11- tot 13-speed derailleurketting | Rond 0,5% slijtage |
Deze waarden zijn algemene richtlijnen. De kettingfabrikant kan een andere grens adviseren, vooral bij speciale 12-speed kettingen. Als de ketting roestig is, meerdere stijve schakels heeft of onder belasting doorschiet, kies ik voor vervangen in plaats van aanpassen.
Controleer bij een sterk versleten ketting ook de cassette en kettingbladen. Een nieuwe ketting kan anders overslaan op tanden die al op de oude ketting zijn ingesleten. Dat probleem los je niet op met een andere kettinglengte.
Maak van de laatste controle een vaste gewoonte
Na het inkorten maak ik altijd een korte proefrit zonder meteen zwaar kracht te zetten. Ik schakel onder lichte belasting door meerdere versnellingen en luister of de aandrijving stil en gelijkmatig loopt. Een soepele proefrit is de beste bevestiging dat lengte, sluiting en derailleurroute kloppen.
Noteer eventueel het aantal schakels en bewaar een reserve-snelschakel bij je fietsgereedschap. Daarmee kun je onderweg een gebroken ketting herstellen zonder opnieuw te moeten gokken op de juiste maat.